De ontwikkeling van Eurocol 626 Pureflex begon met een idee, liep vast op een eerste grondstof en kwam jaren later opnieuw op gang. Daarna volgden proefmengsels, maandenlange testen en de ongezouten kritiek van tegelzetters.
Op de werktafel van Marco Kooij staan potjes, spatels en een kleine dissolver die nog het meest op een professionele staafmixer lijkt. De Product Developer Engineer mengt er dispersies, vulstoffen, water en additieven tot testmonsters. Meestal blijkt al snel dat een veelbelovend mengsel nog lang geen verkoopbaar product is.
“Mijn werk is tien procent weten en negentig procent zweten”, zegt Kooij. “Je moet natuurlijk goed nadenken, maar vooral veel proberen. Meestal werkt iets niet. Dat is niet erg, zolang je maar begrijpt waarom.”
De ontwikkeling van 626 Pureflex begon rond 2019. Pastategellijmen hadden toen al verschillende innovatieslagen doorgemaakt. Oplosmiddelhoudende varianten maakten plaats voor oplosmiddelarme en vervolgens oplosmiddelvrije producten. Daarna verschoof de aandacht naar lage emissies; EC1 PLUS werd de nieuwe maatstaf.
De vraag was wat de volgende stap kon zijn. Het antwoord werd gezocht in een bindmiddel met grondstoffen van plantaardige oorsprong. Niet omdat bestaande lijmen niet meer functioneerden, maar omdat de bouw steeds nadrukkelijker vroeg om minder fossiele grondstoffen en een lagere CO₂-voetafdruk. Als belangrijke producent van pastategellijmen wilde Eurocol de productcategorie daarin verder brengen en tegelijkertijd een nieuwe standaard in pastalijmen neerzetten.
De eerste route liep via een producent die monomeren maakte uit een reststroom van de zetmeelindustrie. Die bouwstenen konden worden gepolymeriseerd tot een dispersie: het vloeibare bindmiddel dat de overige bestanddelen in een pastategellijm bij elkaar houdt en uiteindelijk voor de hechting zorgt. Het idee was aantrekkelijk, de praktijk weerbarstig.
De leverancier maakte een monster, Eurocol verwerkte dat in een proefmengsel en zette testen in. Daarna werden de resultaten geëvalueerd en begon de cyclus opnieuw. Alleen al een volledige hechttrekproef kost minimaal een maand. Sommige monsters hechtten onvoldoende; in andere bleef na opslag de troffel bijna steken. Het product kwam dichtbij, maar was steeds net niet goed genoeg.
Maar de mislukte poging bleek geen verloren tijd. Eurocol had geleerd welke eigenschappen een biobased dispersie in een pastategellijm nodig heeft en waar de kritische grenzen liggen. Toen een grondstoffenproducent later een nieuwe biobased dispersie aanbood, kon het ontwikkelingsteam daardoor sneller beoordelen wat ermee mogelijk was. Het leidde tot een vruchtbare samenwerking tussen de bedrijven.
De plantaardige bouwsteen daarin kwam uit castorolie, beter bekend als wonderolie. De olie van de ricinusplant wordt al eeuwen gebruikt en is bekend uit onder meer cosmetica en technische toepassingen. Ook in sommige bouwproducten - zoals isolatiemateriaal - kwam ze al voor. Nieuw was de mogelijkheid om castorolie als substantiële plantaardige grondstof voor de polymeerdispersie van een hoogwaardige pastategellijm te gebruiken.
Een goede tegellijm moet meer kunnen dan plakken. De 626 Pureflex moest voldoen aan D2TE volgens de Europese norm EN 12004, de hoogste classificatie voor dit type dispersietegellijm. Daarbij worden onder meer hechting, standvermogen en open tijd beoordeeld. Standvermogen zegt iets over hoe goed een tegel, na aanbrengen in de lijm, blijft hangen. De tegel mag niet gaan zakken. Des te beter het standvermogen, des te zwaarder de tegel kan zijn die verlijmd kan worden. De open tijd bepaalt hoe lang een tegelzetter na het aanbrengen van de lijm nog tegels kan plaatsen zonder dat de hechting afneemt.
Eurocol legt de lat intern op onderdelen hoger, omdat een bouwplaats minder voorspelbaar is dan een laboratorium en de praktijk vaak hogere eisen stelt.
Proefstukken worden onder vaste condities bewaard, bij 23 graden en 50 procent relatieve luchtvochtigheid, maar ook blootgesteld aan afwijkende omstandigheden. Daarnaast kijkt het team naar opslagstabiliteit, geur en corrigeerbaarheid. Een pastalijm kan alle normwaarden halen en toch onprettig smeren. Andersom is een prettige verwerking waardeloos wanneer de hechting tekortschiet.
Wanneer een laboratoriumrecept kansrijk is, maakt Kooij eerst kleine hoeveelheden. Verwerkingstechnici brengen de lijm vervolgens aan in het instructiecentrum. Zij krijgen alleen de noodzakelijke informatie mee, zodat hun oordeel zo onbevangen mogelijk blijft. Is de lijm te stug? Blijft de tegel op zijn plek? Kan de verwerker hem lang genoeg corrigeren? Na hun beoordeling volgt opnieuw een aanpassing of de stap naar de fabriek.
Opschalen is geen kwestie van het recept vermenigvuldigen. Eerst volgt een proef in een kleine menger die de fabrieksinstallatie nabootst. Daarna wordt een grote batch van een paar honderd kilo gemaakt. Ook de grondstoffenleverancier moet dan een constante kwaliteit en beschikbaarheid garanderen.
De procesoperator doseert en mengt de ingrediënten volgens een vastgelegd recept. Iedere batch wordt gekeurd door de Kwaliteitsdienst en daarvan blijft een monster achter voor eventuele controles achteraf.
Daarna volgt de belangrijkste toets: de bouwplaats. Tegelzetters krijgen een of twee ongemarkeerde proefemmers en verwerken de lijm op enkele vierkante meters tegelwerk. Hun commentaar is bewust ongefilterd. De een vindt een bestaande lijm prettiger, de ander wil de emmer na de test graag houden.
Zelfs opmerkingen als “hij ruikt een beetje biologisch” worden genoteerd. Hun dagelijkse ervaring legt kleine verschillen bloot die meetapparatuur niet altijd vangt en hun professionele mening is daarom van zeer grote waarde.
De eerste centimeters van een ontwikkeling gaan vaak snel”, zegt Product Manager Dino Brouwer. “Maar de laatste millimeters en tienden van millimeters kosten de meeste tijd.” Een iets snellere aanvangshechting kan prettig zijn, totdat de tegelzetter te weinig tijd overhoudt om een tegel te corrigeren. Dan gaat het recept opnieuw terug naar het laboratorium. Na vele optimalisaties ontstond een lijm die snelhechtend én prettig verwerkbaar is, waardoor keramische wandtegels tot en met 30 x 60 cm al na minimaal 5 tot 6 uur kunnen worden gevoegd.
Bij 626 Pureflex moest niet alleen de techniek kloppen. Ook de plantaardige herkomst en de milieuprestatie moesten aantoonbaar zijn. Het biobased aandeel in de dispersie is onafhankelijk geverifieerd volgens EN 16785-1; de herkomst van de biogene koolstof is met een C14-analyse volgens ASTM D6866 vastgesteld. Het bindmiddel is daarnaast in behandeling genomen voor een REDcert²-gecertificeerde massabalansketen. We verwachten het certificaat in 2026 te behalen. Dat systeem maakt controleerbaar welk aandeel plantaardige grondstoffen aan het eindproduct wordt toegerekend, zonder te suggereren dat de hele lijm biobased is.
De technische uitkomst bleef gelijkwaardig aan een professionele pastategellijm: D2TE en EC1 PLUS. De lijm is bovendien lichtgewicht, bevat deels gerecyclede grondstoffen en levert een praktisch voordeel op de bouwplaats: een emmer weegt 14 kg in plaats van 18 kg, terwijl volume en rendement in vierkante meters gelijk zijn. Daarmee werd 626 Pureflex het eerste product onder Eurocol PureBase, de paraplu voor producten waarvan de duurzamere eigenschappen door meetgegevens en externe toetsing worden gedragen.
De ontwikkeling laat vooral zien hoe innovatie in bouwchemie werkelijk verloopt. Niet via één toevallige ontdekking van wonderolie, maar via jaren van proberen, wachten, mislukken, bijstellen en opschalen. De lijm vormt uiteindelijk misschien de dunste laag in een tegelconstructie. Achter die paar millimeter gaat echter een opmerkelijk dik ontwikkeltraject schuil.